Weerstand buiten? Ga naar binnen!

Tamar Transitiezones


Echte doorbraken in transities vragen om persoonlijke transformatie. Dit gesprek gaat over omgaan met weerstand en de rol ervan in het dagelijks werk van de auteurs. En over hoe hun eigen opstelling in weerstandssituaties ruimte geeft voor vernieuwing.


Else Boutkan is meer dan twintig jaar werkzaam in het domein van duurzaam organiseren, programmamanagement in triple helix innovatiesystemen en transities. Ted Duijvestijn is innovatief glastuinbouwondernemer, bestuurder en actief ambassadeur en verbinder. Ze werken samen in het innovatie-ecosysteem van Greenport West- Holland. Else werkt daarin aan een transitieprogramma, Ted houdt zich bezig met verbinden en besturen. Daarnaast zijn ze al lange tijd verbonden via de regionale (duurzaamheids)netwerken. Ze kennen elkaars werk en volgen hoe dit vorm krijgt in het glastuinbouwgebied in de Greenport regio van Zuid-Holland.


Vernieuwing kent vele vormen

Wij werken allebei op de rand van vernieuwing. We gaan aan de slag op plaatsen en met onderwerpen waarvan we denken dat ‘het oude’ niet meer werkt en waar ruimte nodig is voor vernieuwing. In onze samenwerking vult Ted vanuit zijn onderneming vernieuwing op verschillende manieren in: bij grote technische of technologische veranderingen die met verduurzaming gepaard gaan (denk aan aardwarmte projecten) en door te participeren in lokale initiatieven of organisaties (zoals milieuorganisaties of organisaties voor regionale voedselvoorziening). Of simpelweg – maar niet altijd eenvoudig – door het leggen van verbindingen tussen mensen als ze elkaar ontmoeten en gaan samenwerken. Innovatie zit Ted in het bloed. Hij is altijd op zoek naar vernieuwing, ziet kansen en cre.ert relaties.

Else is als programmamanager in transitieprojecten continu op zoek naar de grens tussen het oude en het nieuwe. Daar is de plek van de verandering en dat is vaak ook waar het schuurt. Want om het nieuwe te laten ontstaan, is verbinding tussen mensen nodig. En dat zijn vaak mensen die het lastig vinden om met elkaar in een nieuwe context samen te werken. Denk aan ketensamenwerking in circulaire projecten. Of aan het samenwerken van mensen uit een overheidsorganisatie met ondernemers in situaties waarin voorheen discussie was.

Weerstand gaat over onszelf

Zonder wrijving geen glans. Geen nieuw spoor zonder dwarsliggers. Spreekwoorden over vernieuwing hebben vaak een element van weerstand. Dat herkennen wij. Daarom hebben we altijd de ‘weerstandsvoelsprieten’ uitstaan. Eigenlijk zijn we juist op zoek naar weerstand. Niet door weerstand op te roepen, maar door te zien waar weerstand zich voordoet. Want dat is de plek waar werk aan de winkel is en waar kansen liggen voor doorbraken en vernieuwing.

Wat is weerstand eigenlijk? Wij komen op het volgende uit. Weerstand lijkt iets externs. Iets van buitenaf, iets waardoor we niet verder kunnen. Stagnatie. Maar weerstand is in essentie eigenlijk iets interns, iets wat binnenin onszelf speelt. Wij zijn het immers zelf die het signaal opvangen en daardoor stagnatie ervaren. En ook bij de mens die weerstand veroorzaakt – onze ‘weerstandsopponent’ – is er een dieperliggende reden voor het gedrag dat deze persoon vertoont.

Durf naar binnen te kijken

Weerstand is een trigger van iets groters. De trigger is iets dat je signaleert bij de ander. Dat kan van alles zijn. Verzet in de vorm van een weerwoord, niet willen meewerken of zelfs blokkades opwerpen. Iemand die zegt niet meer mee te doen, iemand die zich stilletjes terugtrekt of zich niet houdt aan een belofte. Maar dat zijn dus de buitenkanten van de binnenkant van mijn weerstandsopponent. Ik kan ervan uitgaan dat er iets speelt in de binnenwereld van die opponent. Iets dat resulteert in gedrag in de buitenwereld, gedrag dat ik als weerstand ervaar. Angst, boosheid, pijn, gebrek aan kennis, andere prioriteiten of gewoon anders in elkaar zitten als mens. Het kan van alles zijn.

Als je verder wilt komen, dan moet je willen weten wat er echt aan de hand is. Compassie tonen. Bedenken dat elk mens ook zijn eigen issues heeft. En, daar zijn wij het over eens, je moet ook willen weten wat er bij jouzelf speelt. Vooral dat. Het leert ons enorm veel over onszelf, waardoor we beter worden in transitiewerk. Wij merken: elke keer als je een weerstandssituatie hebt opgelost, ben je als het goed is persoonlijk ook een beetje getransformeerd. Je herkent in een volgende situatie veel beter en sneller wat er speelt.

Weerstand voelen omdat iets ‘anders’ is

Ted: ‘Ik leer veel van iemand die een heel ander leven heeft dan ikzelf, iemand die in een totaal andere omgeving woont, in levensomstandigheden die niet makkelijk zijn. Je kan in zo’n situatie twee dingen doen. Je kan je afkeren, het ‘anders zijn’ van de ander als een vorm van weerstand zien. Maar jouw gedrag wordt dan voornamelijk gevoed door je eigen blik op de situatie. Je kan ook nieuwsgierig zijn en bedenken: wat kan ik hiervan leren? Zoals in dit voorbeeld, waarin ik een lichtheid van leven en de kunst van incasseren van grote tegenslagen bij de ander zie. En bij mezelf herken en erken dat ik over iets heenmoet als ik merk dat iemand dingen totaal anders aanpakt dan ikzelf. Dat ik daar een soort oordeel over heb en daardoor niet in verbinding ben met die persoon. En als ik die verbinding toch wil, ik mijn eigen oordeel opzij moet zetten. Het is dus vooral nieuwsgierig zijn naar de ander, en heel hard werken aan jezelf. Als je in staat bent om goed bij jezelf te rade te gaan, verdwijnt de weerstand. Zowel bij jezelf als in de relatie met de ander. En dan blijkt dat je in elke relatie heel veel moois kunt beleven en leren.’

Aan weerstand werken is aan jezelf werken

Het is dus belangrijk om continu met jezelf in contact te zijn, te voelen waar je eigen weerstand zit. Maar Else trapt zelf ook vaak genoeg in de weerstandsvalkuil: ‘In mijn werk heb ik te maken met financiers, opdrachtgevers of andere spelers die in hetzelfde domein werken aan verandering. Mijn aanpak is niet altijd concreet te omschrijven. Het is niet altijd direct duidelijk voor een ander wat ik doe. En dat kan consequenties hebben. Dat ervaar ik dan als weerstand. Als mijn werk niet op waarde wordt geschat, is voor mij “ik ondervind weerstand” de trigger. Is die ander dan incompetent? Dat is makkelijk om te denken: ze snappen het niet, en daarom kan ik niet verder. Maar als ik naar binnen kijk, zie ik dat er iets anders getriggerd wordt: in dit geval een diepe wens om gezien te worden. Iets dat vaak niet gelijk logisch te verklaren is, maar wel de “weerstandstrigger” kan voeden. Wat voor mijzelf belangrijk is, is voor een ander niet altijd duidelijk. In plaats van weerstand zien, moet ik kijken naar het “binnenwerk” dat te doen is: die wens om gezien te worden herkennen en daar zelf mee aan de slag gaan. Of aangeven dat het voor mij persoonlijk belangrijk is om de aanpak toe te lichten.’

Wat doe je na het ontdekken van je eigen weerstand?

We weten nu dat zoeken naar interventies op je eigen gedrag de eerste stap is om te nemen in een weerstandssituatie. Maar hoe stel je jezelf dan het beste op in de buitenwereld? Ted: ‘Maak het niet te zwaar. Maar ook niet te licht. Het is belangrijk om zowel goed bij de ander als bij jezelf te zien wat er speelt. Je kunt alleen je eigengedrag veranderen. Het is dus jouw keuze hoe je je opstelt in een weerstandssituatie.’ Teds advies is om gebruik te maken van verhalen en anekdotes. ‘Vertel in een verhaal wat je eigenlijk echt wil vertellen over de situatie waarin je met elkaar – in weerstand – verkeert. Door deze aanpak blijf je goed bij jezelf. Je hebt de grootste invloed op je eigen gemoedstoestand. Als je weet dat je getriggerd wordt of kan worden: blijf dan bij die trigger, maar laat je niet triggeren.’ Else: ‘En als geen enkele praktische interventie lijkt te werken, hoe los je dat dan op?’ Ted: ‘In ieder geval niet door het gesprek in te gaan alsof het een gevechtsarena is. Dan kom je direct tegenover elkaar te staan. Het klinkt simpel, maar doe het eens anders. Vraag eerst eens: “Hoe was je weekend?”’

De valkuil van weerstand in jezelf ontkennen

Else: ‘Hoe ga je als ondernemer, met alle goede intenties en oog voor de toekomst, grote en risicovolle projecten en investeringen aan als daar weerstand bij komt kijken? Zoals regels of met nieuwe dingen bezig zijn in een context waar anderen nog lang niet zover zijn?’ Ted: ‘Op dezelfde wijze. Ik weet eigenlijk niet beter. Ik heb het altijd zo gezien in mijn omgeving. Dat zijn waarden die zichzelf doorgeven, in de familieband bijvoorbeeld en in de tuinbouwcultuur. Else: ‘Dus ook hier betrek jij je eigen innerlijke wereld in je antwoord. Je had ook kunnen zeggen: niemand snapt het, ze zijn nou eenmaal nog niet zover. Maar je praat over jezelf op basis van zelfreflectie.’

Ted: ‘Ondernemers kunnen heel goed in eenzaamheid werken. Volhardend en veerkrachtig zijn. Net als met weerstand in relatie tot de ander, moet je ook hier heel goed naar jezelf kijken en luisteren. Ook hier is een trigger. In volhardendheid kan ook een soort verslavingsmechanisme zitten. Ik heb dat geleerd toen ik in aanraking kwam met verslaafden. Door me te verbinden met en mezelf te verdiepen in verslaafden, zonder oordeel of weerstand en met zelfanalyse, ontdekte ik mijn eigen verslavingsmechanisme dat bij ondernemen hoort. Verslaving hoort bij het jezelf makkelijker maken. In ieder geval op de korte termijn. Volhardendheid is, hoe gek het ook klinkt, ook een soort het jezelf makkelijk maken. Doorzetten, no matter what.’

Blijf in verbinding met de buitenwereld

‘Het gevaar is’, geeft Ted aan, ‘dat je hierin kunt doorslaan. Dan ga je door je eigen weerstand heen. Je bent dan niet meer in verbinding met de buitenwereld. Die trigger is weg. Dezelfde trigger die je hielp om juist goed in contact te blijven, is dus ook een trigger die jou beschermt. En als je die signalen negeert, gaat dat ten koste van creativiteit, denkvermogen enzovoort, alles wat nodig is om te ondernemen, en juist ook om te ondernemen in een omgeving van transitie.’

Wat als de weerstand blijft?

  • Let op: komt de weerstand wel voort uit een conflict? Die conclusie trekt men vaak te snel. Als er sprake is van transitie kan dat veel verklaren en gaat het niet meer over niet willen of kunnen.
  • Kijk goed naar de context waarin je met elkaar werkt: daar heb je iets te ontwikkelen. Je kunt zeggen: ik ben al ontwikkeld, maar misschien niet in die context.
  • Durf als begeleider van een transitie ook enge dingen te doen. Kijk over je eigen angst heen, blijf doorzetten, reflecteer continu op jezelf. Besef dat wat je te leren hebt voor iedereen anders is.
  • Zie de waarde van weerstand, cre.er ruimte voor de context en ruimte voor reflectie: voor het geheel, samen en ieder voor zichzelf: dan pas kom je tot oplossen.
  • Of iemand doorzet of afhaakt is aan die persoon zelf. Transitie is de weg die je met elkaar bewandelt, niet iets dat je repareert of regelt. Bij weerstand is het zaak om met elkaar te leren .n persoonlijk te leren. Doe dit altijd allebei, dan wordt weerstand olie in plaats van zand in de raderen. En dan komt het moment dat je weerstand kunt omarmen en inzetten.
  • Van sommige ontmoetingen weet je al dat er weerstand komt. Bereid deze goed voor, anders komt de weerstand als een boemerang bij je terug. Laat de ander even leeglopen, neem iets kleins voor de ander mee en geef dat eerst. Ga gewoon eens langs bij personen waarbij je hardnekkige weerstand verwacht, niet pas als er een conflict is.
  • Stel altijd de mens centraal. Hanteer waardes die voor iedereen gelden, zoals met elkaar cre.ren, erbij horen, serieus genomen worden.
  • Durf je eigen kwetsbaarheid te laten zien: hier doet het pijn. Dat is misschien wel het hardste werk en het moeilijkst. Maar het levert heel veel op.

Reflectievraag

Hoe zet je jouw transitiewerk in als spiegel voor jezelf

Navigeer hieronder naar de andere artikelen.